Een meisje in Roche-a-Bateau, in het zuidwesten van Haïti, staat in de resten van haar huis nadat orkaan Matthew enorme schade aanrichtte in het land.

'De mensen dachten dat het wel zou meevallen'

afbeelding van Renate Sinke

Renate Sinke

Haïti, projectcoördinator

De storm bleef razen, de regen bleef komen, vertellen ontredderde overlevenden aan Renate Sinke. Zij zet in Haïti een noodhulpprogramma op voor de slachtoffers van orkaan Matthew.

Dit artikel is op 20 oktober 2016 verschenen in de Volkskrant. Renate’s dagboek is opgetekend door Volkskrantjournalist Eliane Lamper.

 

Donderdag 13 oktober

Met de boot varen we over de rivier richting Baradères. We zijn met z'n vijven. Kledingstukken hangen in palmbomen, 3 meter boven ons, zo hoog heeft het water gestaan. Geknakte bomen versperren de rivier. Er is complete verwoesting. Het voelt als een fata morgana, alsof ik in een nachtmerrie ben beland.

 

We zijn de eerste hulpverleners die dit afgelegen gebied bereiken. Dorpsbewoners zijn blij ons te zien, maar de sfeer is afwachtend en timide. We hoeven onszelf niet voor te stellen - jaren geleden, tijdens de cholera-uitbraak, waren mijn collega's hier ook.

 

Baradères, een dorp met zo'n vierduizend inwoners, ligt in het zwaarst getroffen gebied. Maar het valt onder een ander, moeilijk te bereiken district, waardoor hier weinig hulpverleners komen. Ze hebben hier al acht dagen niet gegeten, ze drinken grondwater waarin 100 meter verderop dode koeien liggen. Sommige straten zijn inmiddels droog, elders drijven kledingstukken en stinkende etensresten voorbij. De acht uur durende orkaan heeft zeker 80 procent van de huizen verwoest.

 

Onze eerste prioriteit is inwoners van schoon drinkwater voorzien. Pijpleidingen zijn gebroken en waterreservoirs vervuild. We moeten wonden schoonmaken en ziekten als cholera, zika en dengue tegengaan.  Kinderen van 5 jaar en jonger moeten snel te eten krijgen, voordat ze sterven.

 

Vrijdag 14 oktober

In een bouwval, voorheen een school, schuilen veertig dorpsbewoners. Om daar te komen, waden ze kniehoog door vervuild water. De opvangplek heeft geen ramen en deuren meer, muggennetten zijn er niet. Minimale voorbereidingen zijn getroffen om de orkaan te ontvluchten. Op de waarschuwingen is weinig gereageerd, alleen inwoners uit lagergelegen gebieden hebben geprobeerd weg te komen.

 

De bevolking was gewaarschuwd, maar de mensen die ik spreek dachten dat het wel mee zou vallen. Ze hebben niet willen geloven hoe verwoestend de orkaan zou zijn. In de haven van Baradères vertellen drie vrouwen me dat de wind bleef razen, het water omhoog bleef komen en dat vervolgens hun huizen instortten. Ze laten me hun nieuwe onderdak zien, hoger in de bergen, waar ze wonen met achttien gezinsleden. Het is een ruimte voor ongeveer drie personen, matrassen liggen opgestapeld naast elkaar. Met elkaar zoeken ze naar eten, ruimen ze puin en maken ze wegen schoon.

 

Zaterdag 15 oktober

Voedselpakketten met rijst, meel en pasta zijn per helikopter gebracht, afkomstig van de president. De verkiezingen zijn vanwege de orkaan verzet naar 20 november, het campagnevoeren gaat door. Voor het eerst zijn er weer wat rijst, brood en kokosnoten te koop op de markt. Met een mandje in de hand proberen boeren nog wat maïs, bonen of rietsuiker te oogsten op hun akkers. De markt functioneert op nog geen 10 procent van hoe het normaal gesproken is, groenten en fruit ontbreken nog steeds.

 

Het gebied is moeilijk begaanbaar door het bergachtige landschap en de kapotte wegen. Samen met een collega bereik ik per motor een naastgelegen dorp, La Palme. Een handjevol Haïtianen woont daar verlaten, de vijfhonderd andere dorpsbewoners zijn naar een gebied verderop gevlucht.

 

Vrijwel al het vee is dood

 

'Les blancs', noemen ze ons. Ze proberen verhalen te vertellen, maar de communicatie gaat moeizaam, deze mensen spreken voornamelijk Creools. In La Palme zijn vijf inwoners omgekomen. Een van de meisjes is wees geworden. De oma van het weesmeisje pakt me bij de hand en laat haar voormalige keuken zien, een ruimte van 1 bij 2 meter, bestaand uit palen en plastic. Hier slapen ze nu met drie personen.

 

We proberen nog om naar een ander gebied te gaan, maar daar hebben we ezels en paarden voor nodig, die we tot nu toe niet gezien hebben. Kippen, koeien, schapen: vrijwel al het vee is dood.

 

's Avonds sta ik voor de poort van ons huis, we wonen in een soort betonnen hotel. Twee nieuwsgierige meisjes staan aan de overkant van de straat. Als ik door mijn knieën zak om op ooghoogte te komen, rennen ze naar mij toe. Ze knuffelen me, 'Merci', fluisteren ze in mijn oor. De noden hier zijn groter dan wij als organisatie kunnen lenigen, maar we maken een verschil.

 

Het team laadt goederen voor Baraderes in de helikopter. Door de orkaan is het gebied moeilijk bereikbaar.

 

Zondag 16 oktober

Op de vraag of het straks gaat regenen weten de dorpsbewoners geen antwoord. We zien het wel, het komt zoals het komt. In Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek wisten boeren wat die donkere lucht betekende, en gingen richting huis. De bevolking hier is afwachtend, zoals dit heb ik het nooit meegemaakt.

 

In de gutsende regen zetten we helikopterladingen op een modderig voetbalveldje. Pijpleidingen, antibiotica, chloor, ontsmettingsmiddelen, verband, benzine en generatoren. Die gebruiken we om water op te pompen, wat we daarna desinfecteren. Meer dan veertig man uit de lokale bevolking komt ons team versterken. 

 

Inmiddels zijn er twee mobiele klinieken in het dorp waar dokters en verpleegkundigen elke dag 125 inwoners behandelen. Klachten als koorts, blaasontsteking, diarree en geïnfecteerde wonden komen veel voor. Ook komen dorpsbewoners langs die door de orkaan hun diabetesmedicijnen zijn kwijtgeraakt. We vrezen voor cholera of muggenziekten als malaria en dengue; het aantal muggen is de laatste dagen vertienvoudigd. Tot nu toe is een uitbraak uitgebleven, maar de kans erop is groot.

 

Maandag 17 oktober

De eerste wegen zijn weer open. Vrachtwagens met eten en goederen bereiken het dorp. De eerste bus is vanuit Port-au-Prince in Baradères aangekomen. Hulpdiensten komen steeds meer op gang, we hebben schoon drinkwater.

 

We zijn verhuisd naar een huis een paar kilometer buiten het dorp. Een van de schoonmaaksters vertelt me over de orkaan. Ze heeft vijf geiten verloren. Tijdens de storm zochten haar twee kinderen van 4 en 6 hun toevlucht op de eettafel. Terwijl zij tot schouderhoogte in het water stond, hield ze haar kinderen vast, vechtend tegen het water. Haar baby had ze op de kledingkast gelegd en die heeft het overleefd.

 

 

 

Oktober 2016


afbeelding van Renate Sinke Geschreven door: Renate Sinke
Renate Sinke ging in 2010 voor het eerst op missie voor Artsen zonder Grenzen, Zij werkte onder andere als lid van het noodhulpteam. Inmiddels werkt zij op de operationele afdeling.
Sluit zoeken

Zoekveld