‘De honger sloeg toe’

In Noordoost-Nigeria ontvouwt zich een noodsituatie. Op sommige plekken is de situatie kritiek. Dat is bijvoorbeeld het geval in Banki, waar tot 20.000 mensen dringend hulp nodig hebben.

De bevolking van Banki, waarvan velen vluchteling zijn, lijdt al maanden onder een voedselcrisis. Als gevolg daarvan is er veel ondervoeding, onder kinderen én volwassenen. Teams van Artsen zonder Grenzen trokken erheen om medische hulp te geven. De mensen die er het ergst aan toe waren, werden naar een ziekenhuis in Kameroen gebracht, net over de grens. Dat gold ook voor Maka, een 55-jarige grootmoeder.

 

Intensieve zorg

Maka had ernstige, acute ondervoeding, zeldzaam bij oudere mensen en daarom illustratief voor de noodsituatie in het gebied. In het ziekenhuis in de plaats Mora in Kameroen moest ze met spoed behandeld worden. Aan de hand van intensieve zorg verbeterde ze daarna elke dag een beetje.

 

Niet genoeg

‘Ik kom uit een dorp net buiten Banki,’ vertelt ze. ‘We moesten vluchten toen ons dorp werd aangevallen. We gingen naar Banki. Maar sommige familieleden raakten we kwijt. We zaten daarna vast in Banki. We konden er niet uit, het was te onveilig. Het leven was er erg zwaar. We hadden misschien twee kilo voedsel per week, vaak rijst of mais. Dat gold voor iedereen, of je nou alleen was of tien kinderen had. We moesten oppassen dat we het niet te snel opmaakten. Anders had je dagenlang niks meer. We hadden daarnaast maar één emmer water per dag. Dat was om te drinken en om mee te wassen. Het was niet genoeg.’

 

Maka (55) uit Banki, Nigeria, heeft ernstige, acute ondervoeding, zeldzaam bij ouderen, maar illustratief voor de noodsituatie in Noordoost-Nigeria.

 

Zorgen

Maka is niet de enige van haar familie die in het ziekenhuis behandeld wordt. Ook een 5-jarige kleinzoon en haar neefje van 11 maanden oud zijn er opgenomen. ‘Ik ben blij dat we hier zorg krijgen. Maar ik maak me zorgen om mijn familie die nog in Banki is. Ik hoop dat ze eten hebben en dat ze veilig zijn. Nigeria is mijn land. Maar ik ben bang om terug te gaan.’

 

Niet sterk genoeg

Ook de 31-jarige Dayo is in het ziekenhuis in Mora. Ze is er met haar 4-jarige zoon, Barine, die ernstig ondervoed was. Het jongetje maakt het inmiddels beter, maar is nog niet sterk genoeg om zelf therapeutisch voedsel door te slikken.

 

Honger sloeg toe

‘Toen ons dorp werd aangevallen, renden mijn man, kinderen en ik de bossen in,’ zegt Dayo. ‘Daar sloeg de honger toe. We kookten de gierst en bonen die we konden vinden. Maar dat kon alleen overdag. ’s Avonds zou het vuur te zichtbaar zijn. Ons dorp is platgebrand. Mijn moeder, vader en schoonmoeder zijn dood. We trokken daarop naar Banki. We hadden niets meer, slechts de kleren die we aanhadden.’

 

Dayo (31) uit Banki, Nigeria, bracht haar 4-jarige ondervoede zoontje Barine naar het ziekenhuis. ‘Wij zijn volledig afhankelijk van hulp van buiten.’

 

Spookstad

Banki lijkt momenteel op een spookstad. De mensen leven er al maandenlang in erbarmelijke omstandigheden en hebben niets meer. Er is geen activiteit, geen handel en mensen kunnen geen kant op.

 

Afhankelijk van hulp

‘Het enige dat we deden, was wachten tot er voorraden gebracht werden,’ vervolgt Dayo. ‘We waren volledig afhankelijk van hulp van buiten. En het is nog steeds niet veilig. Ik hoorde dat er op een nacht drie kinderen en twee vrouwen ontvoerd zijn. Ik maak me vreselijk veel zorgen om mijn kinderen die nog in Banki zijn. Elke keer als ik hier in het ziekenhuis eten krijg, vraag ik me af of mijn familie daar eten heeft. Ik wil mijn familie weer bij me hebben.’

 

Augustus 2016

Sluit zoeken

Zoekveld