Open brief aan minister Schippers van VWS

In een open brief roept Artsen zonder Grenzen minister Schippers op bij de G20 bijeenkomst van 19 en 20 mei aandacht te vragen voor 3 thema’s.

Artsen zonder Grenzen wordt bij het bieden van medische zorg en waardigheid aan mensen in nood dagelijks geconfronteerd met talloze barrières. We verwelkomen daarom de beslissing van de G20 om ‘Gezondheidszorg Wereldwijd’ op haar agenda te plaatsen. We roepen de G20-staten en Nederland op om het welzijn van zieke en gewonden mensen waar zij zich ook bevinden centraal te stellen in plaats van de veiligheidsproblemen die voort zouden kunnen komen uit epidemieën en andere medische problemen. Wij vinden dat de G20-staten en Nederland in het bijzonder aandacht zouden moeten besteden aan de volgende drie prioriteitsgebieden.

 

Aanvallen op medische voorzieningen

Van Jemen tot Syrië en van Zuid-Sudan tot Afghanistan worden medische voorzieningen geplunderd, platgebrand en gebombardeerd door statelijke en niet-statelijke partijen in conflicten. Aanvallen op medische voorzieningen, waaronder directe bombardementen en luchtaanvallen op ziekenhuizen en klinieken door staten lijken in sommige gebieden een doelgerichte oorlogsstrategie te zijn. Deze aanvallen hebben geleid tot de dood van duizenden burgers, onder wie patiënten, artsen en verpleegkundigen. Ook ontnamen deze aanvallen een toch al getroffen bevolking elementaire gezondheidszorg waar die het hardste nodig is.

 

Een jaar geleden nam de Veiligheidsraad van de VN unaniem resolutie 2286, over de bescherming van medische zorg, aan. Maar in de praktijk is er nog niets veranderd. Bij de G20 bespreekt u de versterking van het systeem voor gezondheidszorg, maar u zou het moeten hebben over hoe de doelbewuste vernietiging van gezondheidssystemen te stoppen. Langer wachten kan niet. We roepen de G20 en Nederland op om te garanderen dat resolutie 2286 omgezet wordt in concrete maatregelen in oorlogsgebieden, die de weg bereiden voor het stoppen van aanvallen op faciliteiten en op mensen die de verantwoordelijkheid hebben de gewonden en zieken te behandelen.

 

Voorbereiding op noodsituaties en respons

Toen de uitbraak van ebola in West-Afrika in 2014 werd afgekondigd, reageerden slechts een handjevol regeringen en organisaties, waaronder Artsen zonder Grenzen. Voorbereid zijn dient geen doel als er geen reactie is wanneer duizenden omkomen of ziek worden. Daarbij moet het voorbereid zijn op noodsituaties niet beperkt blijven tot besmettelijke ziekten die alleen door de vertekenende lens van veiligheidsbelangen als een bedreiging wordt gezien.

 

De G20 en Nederland moeten garanderen dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de verantwoordelijkheid en de noodzakelijke politieke steun krijgt om het welzijn van getroffen gemeenschappen centraal te stellen en dat de noodzakelijke middelen worden gemobiliseerd en ingezet in nauwe samenwerking met nationale autoriteiten. Landen moeten worden aangespoord om transparant en prompt uitbraken te melden aan de WHO om een gecoördineerde en efficiënte respons mogelijk te maken.

 

Bij inspanningen op het gebied van research&development (R&D) kunnen de ziekten die vooral de landen en vaak arme en gemarginaliseerde gemeenschappen treffen waarvoor we werken niet langer genegeerd worden. We sporen u aan de recente inspanningen van de WHO en de Coalitie voor Innovatieve Voorbereiding op Epidemieën (Coalition for Epidemic Preparedness Innovations, CEPI) om in deze lacunes te voorzien, te ondersteunen. En we dringen er bij u op aan om te garanderen dat de resultaten van dit soort R&D inspanningen op een betaalbare manier beschikbaar komen voor alle landen en mensen in nood.

 

Antibacteriële resistentie en resistente tuberculose

We verwelkomen de toezeggingen uit de verklaring van de Verenigde Naties over antimicrobiële resistentie (AMR), die afgelopen september werd aangenomen door alle lidstaten. Artsen zonder Grenzen is bezorgd dat regeringen nu zullen terugkrabbelen op moeizaam bevochten toezeggingen om te garanderen dat de reactie op AMR daadwerkelijk wereldwijd, patiënt-gedreven en toegesneden is op de behoeften van alle medische systemen, in het bijzonder gebieden met weinig middelen. De G20-landen en Nederland moeten zorgen dat de overheidsinvesteringen in de ontwikkeling van effectieve medicatie, vaccins en diagnostiek leiden tot producten die betaalbaar en bereikbaar zijn voor iedereen die ze nodig heeft. Dit kan alleen bereikt worden door de kosten van R&D los te koppelen van de prijs en de verkochte hoeveelheden van de eindproducten, wat iets heel anders is dan het loskoppelen van de opbrengsten van de investeringen van de hoeveelheden, wat leidt tot dure medicijnen. We sporen ook de G20-landen en Nederland aan om beleid te vermijden dat de toegang tot antibiotica voor verwaarloosde bevolkingsgroepen ondermijnt of beperkt.

 

Het is essentieel dat de landen van de G20 en Nederland zich specifiek richten op resistente tuberculose, die in 2015 verantwoordelijk was voor meer dan een derde van alle doden door antibacteriële resistentie. Om dat te bereiken, dringt Artsen zonder Grenzen aan op steun voor het dichten van de lacunes die er nog zijn op het gebied van diagnose en behandeling en voor het invoeren van de behandelpraktijken en –beleid aanbevolen door de WHO. Artsen zonder Grenzen roept de G20-landen en Nederland ook op om politieke en financiële steun te bieden aan de ontwikkeling van betaalbare, kortdurende behandelopties voor alle vormen van tuberculose, waaronder het 3-P (push, pull en pool) initiatief voor R&D.

 

We verwachten dat de G20-landen en Nederland door zullen gaan met de huidige focus op gezondheid, zowel onder het voorzitterschap van Argentinië als daarna. De uitdagingen op het gebied van gezondheid waar de wereld voor staat vragen een verandering die uw aandacht, middelen en leiderschap nodig heeft.

 

Met vriendelijke groet,

 

Joanne Liu

Internationaal voorzitter – Artsen zonder Grenzen

Sluit zoeken

Zoekveld