© Azzurra D'inca/MSF

Met de mobiele hulppost op pad

In de wouden van Centraal-India vechten maoïstische rebellen, de Naxalieten, tegen overheidstroepen over de heerschappij over de uitgestrekte gebieden van de binnenlanden.

Tientallen dorpen bevinden zich in het midden van de strijd, waardoor hun inwoners daardoor de overheidsklinieken in de Chhattisgarh deelstaat niet kunnen bereiken. Daarom gaat Artsen zonder Grenzen naar hun toe. Dokter Rebecca Cuthbert beschrijft hoe.

 

Alles mee

Met mijn immense bos sleutels open ik de hangsloten aan de deuren van ons kantoor. Op het whiteboard staan mijn plannen voor vandaag. We nemen alles zelf mee: medicijnen etc, labspullen, patiëntenkaarten, registratieboeken, plastic zeil, privacyschermen en 2 koelboxen voor onder meer vaccins. Het team druppelt binnen en iedereen begint aan hun taak. Koelelementen gaan de koelboxen in, rugzakken worden volgestopt, water ingepakt. Dan volgt onze dagelijkse veiligheidsupdate. Er wordt gezegd dat de Naxalieten een ‘bandh’ gaan instellen, een verbod op reizen. Dat betekent dat wegen met boomstammen of greppels geblokkeerd kunnen zijn. Met zijn veertienen gaan we in twee auto’s op weg.

 

© MSF

 

Slome buffalo’s

Langs de hoofdweg van Bijapur sjokken buffalo’s sloompjes langs de weg, tussen de fietsen, auto’s en kinderen op weg naar school. We rijden langs een checkpoint en dan zijn we de stad uit. We zigzaggen ons een weg tussen kippen, varkentjes, honden, koeien en we zwaaien naar kindertjes die opgewonden door de velden onze kant op rennen.

 

Met de voet op pad

Een uur later zetten we de auto’s neer. We doen onze rugzakken om en gaan op pad. Eén van ons loopt met een Artsen zonder Grenzen vlag voorop. Handdoeken, hoeden en shawls beschermen onze hoofden tegen de zon die flink begint te branden. De nauwe paadjes slingeren door het woud, om rijstvelden heen, over rivieren die in het regenseizoen tot op je middel komen, maar nu uit niet meer dan modderpoeltjes bestaan. We komen vrouwen tegen met balen rijst of sprokkelhout op hun hoofd en een kind op de heup, en jagers met pijl en boog.

 

Hulppost opzetten

Na een uur lopen komen we in het dorp aan. Als een geoliede machine bevestigen we groene doeken aan palen om afgescheiden ruimtes te maken: voor de zwangerschapsbegeleiding en postnatale consulten, een wachtruimte, het lab en vaccinaties. Op een oud kinderbed zetten we dozen met medicijnen voor ons apotheekje. Weegschalen worden opgehangen. De verpleegkundigen zetten hun spullen klaar om tegen polio, difterie, tetanus, kinkhoest, mazelen en hepatitis B in te enten. De gezondheidsvoorlichter loopt langs de wachtende mensen en vertelt over hoe je diarree, schurft en malaria kunt voorkomen.

Iedereen met koorts testen we op malaria.

Geduld

Dan is het tijd voor de eerste patiënten. Je moet geduld hebben, want de mensen spreken hier Hindi of een lokaal dialect. Alle communicatie gaat dus via onze verpleegkundigen (die Hindi spreken) of de vertaler. Mensen hebben een test nodig, krijgen medicijnen of hebben wonden die verzorgd worden. Alle kindjes onder de 5 krijgen standaard van ons een rits vaccinaties. We onderzoeken mensen die mogelijk ondervoed zijn. Iedereen met koorts testen we op malaria. Mensen met tuberculose praten met de gezondheidswerkers over hoe het met hun gaat.

 

Malariamedicijnen, voeding, ijzersupplementen

In de loop van de dag wordt het steeds warmer, zó warm dat we de thermometers in de koelboxen bewaren. Maar we gaan stug en goedgemutst door. Omdat we pas volgende week hier terug zullen komen, is het belangrijk dat we alle patiënten vandaag behandelen. Omdat veel mensen analfabeet zijn, leggen we met plaatjes uit hoe en hoeveel medicijnen ze moeten innemen. Met water en suiker mixen onze apotheekbeheerders de eerste dosis malariamedicijnen voor de kindjes. We verstrekken speciale energierijke voeding voor kinderen die sterk onder gewicht zijn. Het lokale dieet bestaat hoofdzakelijk uit rijst, groenten en linzen; veel zwangere vrouwen lijden aan zware bloedarmoede. Het is dus belangrijk dat we hun bloed in de gaten houden en ijzersupplementen geven.

 

Voor het donker

Onze teamleider houdt de tijd goed in de gaten. We moeten voor vijven terug zijn om te voorkomen dat we nog buiten zijn als het donker is. Dat betekent dat we op tijd alles weer in moeten pakken en –laden, terug moeten lopen naar de auto’s én naar Bijapur terugrijden. Geen van ons is eraan toegekomen wat te eten, dus stoppen we onderweg snel nog voor een snack: pittige Indiase noedels. Het is nog steeds erg warm en op het gezang van cicades (tropische insecten) na, is het stil als we verder terug lopen. Bij de auto’s aangekomen verorberen we het eten dat onze koks vanochtend voor ons hebben ingepakt.

 

Een goede dag

‘Good clinic?’ vraagt de projectcoördinator me als we terug op kantoor zijn. Ja, we hebben een goede hulppostdag gehad. Al was het een lange dag, we voelen dat we, met een enthousiast en toegewijd team, hier goed werk doen: mensen van behoorlijke medische zorg voorzien. Een dag als deze is de reden dat we hier zijn.

 

Het Artsen zonder Grenzen team in Bijapur voert per week 5 mobiele hulpposten uit. Mensen die spoedeisende zorg nodig hebben, worden door ons naar het districtsziekenhuis in Bijapur gebracht. Samen met de staf van het districtsziekenhuis heeft het team een bloedopslagunit opgezet. In het ziekenhuis voeren onze hulpverleners keizersneden uit; het enige andere ziekenhuis waar dat mogelijk is ligt op 4 uur verder rijden. Het doorverwijzen naar het ziekenhuis is niet zonder problemen. Vanwege het politieke klimaat zijn veel mensen huiverig om de stad in te gaan en bij checkpoints ondervraagd te worden.

 

Januari 2012

Sluit zoeken

Zoekveld